|
Jachttraining
  
  
Toen Floran 5 maanden was kwam ik door een medecursist
van de hondentraining in de wereld van jachttraining. Eerst enigszins
sceptisch maar al gauw totaal verknocht aan deze tak van hondensport.
Zowel Floran als ik beleefden er veel plezier aan. Inmiddels gun ik elke
hond die bij ons komt wonen deze vorm van vermaak en betekent het dat ik
heel wat uurtjes in het veld te vinden ben.
|
Floran apporteert een Nijlgans op de MAP
te Hulshorst die georganiseerd werd door de NVSW. Foto: Harrie Jansema
|
 |
Wat is jachttraining.
Jachttraining kan beoefend worden met allerlei soorten
jachthonden waaronder de Friese Stabij en de Wetterhoun. Helaas kom je de
Hollandse rassen niet zo vaak tegen
als jachthond maar worden ze steeds meer als huishond of erfhond gehouden. Bij ons is het
een combinatie van beiden. Het voordeel van jachttraining is dat je het overal
kunt doen, een dummy is immers zo mee te nemen. Voor mensen die moeite hebben
met wild is een dummy een ideale uitkomst. Het enige nadeel is dan wel dat je
niet deel kunt nemen aan de jachtproeven want daar wordt uitsluitend wild
gebruikt.
De training wordt gegeven door de
KNJV
maar ook door verschillende kynologenclubs en hondenscholen. De training bestaat uit tien
onderdelen die de hond uiteindelijk moet beheersen. Deze onderdelen zijn
verdeeld in drie diploma's: C, B en A die op de KNJV jachtproeven te verdienen
zijn. Men mag meedoen voor het A diploma als de hond tenminste 18 maanden oud
is, in het bezit van een stamboom is en als de apport onderdelen (proef D t/m H)
met gemiddeld minimaal een 7 zijn afgelegd.

Het C diploma bestaat uit de onderdelen A t/m E:
Proef A.
Aangelijnd en los volgen
U moet met uw hond een vast parcours lopen, waarbij de hond netjes naast u loopt
zonder u te hinderen of aan de lijn te trekken. Dit doet u een keer los en een
keer aangelijnd.
Proef B. Uitsturen en komen op bevel
U moet de hond binnen een minuut zo’n 30 meter van u af sturen. Als de
keurmeester de afstand voldoende vindt zal hij u zeggen dat u uw hond mag
terughalen. De hond moet op uw commando direct naar u toe komen, zodat u hem
weer kunt aanlijnen.
Proef C. Houden van de aangewezen plaats
De hond moet gedurende 2 minuten netjes op de plaats blijven waar u hem van de
keurmeester moet achterlaten, terwijl u zelf uit het zicht van de hond
verdwijnt. Meestal laat men hier de hond liggen, maar men mag hem ook laten
zitten of staan. De hond moet echter wel dan de volle 2 minuten in die houding
blijven.
Proef D. Apport te land
U staat met uw hond en er wordt op zo’n 25 meter een konijn opgeworpen. Op teken
van de keurmeester moet de hond op uw commando het konijn apporteren. Gaat de
hond eerder, wat inspringen wordt genoemd, dan kunt u nog maximaal een 8 halen.
Proef E. Apport uit diep water
U staat met uw hond aan de waterkant. Er wordt geschoten en een eend in het
water gegooid. Op teken van de keurmeester moet de hond op uw commando de eend
apporteren. Ook hier kan bij inspringen nog maximaal een 8 gehaald worden.
Het B diploma bestaat uit de onderdelen A t/m E en:
Proef F.
Verloren apport te land
In een bos is op een diepte van ongeveer 40 meter, zonder dat de hond dit ziet,
een eend neergelegd. De bedoeling is dat u de hond inzet en dat deze die eend
zelfstandig opzoekt en netjes bij u brengt. U kunt zelf de hond niet zien
werken.
Proef G. Markeerapport te land
U staat met uw hond en op een afstand van 60 meter wordt geschoten en vervolgens
een eend hoog opgeworpen. Na zo’n 3 seconden moet u op teken van de keurmeester
uw hond inzetten. De hond moet de valplaats goed onthouden en in één lijn naar
de eend gaan en deze apporteren. Springt uw hond in en u kunt hem niet binnen 5
meter afstoppen, dan is de proef onvoldoende afgelegd. Doordat deze oefening
altijd in lage dekking wordt gedaan, is de eend niet meer te zien als hij op de
grond ligt.
Proef H. ,Verloren apport over diep water
U staat met uw hond aan de waterkant. Aan de overkant van dat water ligt op
maximaal 40 van de kant een eend; deze is er van tevoren al neergelegd. U moet
uw hond het water oversturen en de eend laten opzoeken. De hond moet deze dan
netjes apporteren.
Het A diploma bestaat uit de onderdelen A t/m H en:
De beide
A-proeven worden elk door 3 keurmeesters gekeurd.
Proef I. Dirigeerproef te land
U moet uw hond naar een bepaald punt dirigeren. Dirigeren houdt in met
fluitsignalen, commando’s en armgebaren de hond op afstand kunnen sturen. Dat
bewuste punt, bijvoorbeeld een opvallende graspol, ligt meestal op een afstand
van zo’n 100 tot 150 meter. Als de hond volgens de keurmeesters dicht genoeg bij
dat punt zit, krijgt u toestemming om uw hond naar de duif te sturen en deze te
laten apporteren. Deze duif ligt haaks op zo’n 50 meter van het stoppunt van de
wind af. Als een keurmeester vindt dat het getoonde werk niet meer voldoende is,
doet hij een boekje omhoog. Hebben 2 keurmeesters hun boekje omhoog, dan is de
proef onvoldoende afgelegd.
Proef J. Sleep van een verre loper over breed water
Deze proef mag u alleen afleggen als u een voldoende hebt gekregen voor de
dirigeerproef. U staat met uw hond aan de waterkant. Aan de overzijde van dat
water is met een eend een sleep (spoor) getrokken met tenminste 2 haken er in.
De sleep is afhankelijk van de terreinomstandigheden minimaal 150 en maximaal
300 meter. U moet uw hond het water oversturen en zorgen dat hij de sleep
oppakt. Deze sleep moet de hond zelfstandig uitwerken en de eend apporteren. De
hond moet wel door middel van de sleep bij de eend komen en niet door verloren
te gaan zoeken.
Voor elk onderdeel kun je maximaal tien punten krijgen en moet
je minimaal zes punten hebben. Is het onderdeel onvoldoende uitgevoerd dan krijg
je een nul. Valt er een nul in de
C proeven dan heb je geen diploma echter, zijn alle C proeven voldoende maar in
een B proef valt een nul dan krijg je nog wel een C diploma.
Om een B diploma te verkrijgen moeten dus ook de C onderdelen
met goed gevolg afgelegd zijn. Om een A diploma te verkrijgen moeten alle
onderdelen goed afgelegd zijn. Een hond gaat pas voor het A diploma trainen als
de C en B onderdelen er goed in zitten en er al één of meerdere B diploma's
behaald zijn.
MAP's (Meervoudige Apporteer Proeven)
Deze proeven worden eveneens door de KNJV georganiseerd. Er
worden zes dubbele apporteerproeven uitgezet: drie 's morgens en drie 's
middags. De hond moet deze beide apporten binnen een bepaalde tijd binnen
gebracht hebben. Per onderdeel kun je maximaal honderd punten verdienen en moet
je minimaal vijfenvijftig punten hebben. Wanneer niet beide apporten binnen gebracht
zijn of als de toegestane tijd overschreden is heb je een nul. Je maakt dan geen
kans meer op een diploma. De MAP is onder te verdelen in MAP B en MAP A. Om aan een
MAP te mogen deelnemen heb je minimaal een KNJV B diploma nodig en voor een MAP
A een KNJV A diploma.
NIMROD
Op de tweede maandag in november vindt de jaarlijkse Nimrod
plaats. Van ieder ras wordt de allerbeste hond, de hond die op de KNJV proeven,
maar vooral op de MAP's de meeste punten heeft behaald, uitgenodigd om deel te nemen. Een
hond mag slechts één keer in zijn leven mee doen aan de Nimrod. Het is beslist
de moeite waard om eens een kijkje te nemen.
De plaats waar de Nimrod gehouden wordt is diep geheim en wordt pas enkele weken
voor de wedstrijd bekend gemaakt.
  
  |