|
Rasstandaard
Bron: NVSW
Wetterhoun
Algeheel beeld
Een eenvoudige hond, vanouds de hond voor de otterjacht, die zonder plomp of log
te zijn, fors gebouwd is. Een forsere, grotere en meer gedrongen verschijning
toont dan de Stabijhoun. Een hond, wiens huid goed gespannen is en die dan ook
geen keelhuid, noch hanglippen vertoont.
 |
Toelichting op algeheel beeld:
De Wetterhoun is een eenvoudig gebouwde hond. De stoere bewaker van
het erf, de forse en moedige strijder tegen het gevaarlijke wild
(bunzing, otter, wilde kat). Kortom de jager voor het ´zware´ werk. Niet
plomp of log van bouw, maar soms een beetje lomp in z´n optreden. In het
spel kan het er best wel eens, per ongeluk, wat hard aan toe gaan. De
huid voelt dikker en stugger aan dan die van de Stabij. De huid is ´goed
op maat gepast´, niet te ruim en niet te strak.
|
Herkomst
De oorsprong van de Wetterhoun, die al eeuwen lang in Friesland voorkomt, is
onduidelijk. De Wetterhoun vertoont, met zijn brede schedel, de wat grimmige
oogopslag en die typische astrakanvacht, nauwelijks enige gelijkenis met andere
honden. De Wetterhoun heeft iets totaal origineels, het is een ras apart!
Gissingen over de voorgeschiedenis vertellen ons dat zigeuners of zeelieden uit
het Oostzee gebied hem geïmporteerd zouden hebben. Over de naam bestaan ook
verschillende veronderstellingen; misschien gaat het gewoon over de 'waterhond'
(want 'wetter' is het Friese woord voor 'water'). De Wetterhoun kwam ook het
meeste voor in (waterrijke) lager gelegen streken van Friesland. De
vachtstructuur maakt hem zeer geschikt voor het buitenleven en waterwerk. Vooral
voor de jacht op de otter en de bunzing was deze moedige en geharde hond
geschikt.
De Wetterhoun is ingedeeld in rasgroep 8 retrievers en waterhonden.
Gebruik
Wat de Friese achtergrond en het gebruik betreft, vertoont de Wetterhoun veel
gelijkenis met die van de Stabij. De Wetterhoun is een veelzijdige werkhond, die
op 'huis en haard' past. Een "beer" van een hond, soms een tikkeltje onbehouwen,
maar een echte doordouwer. Een uitstekende kameraad en huishond, die zich sterk
hecht aan de huisgenoten. Ook als jachthond, mits goed en consequent getraind,
wordt hij gewaardeerd. Voor een goede conditie, zowel lichamelijk als
emotioneel, moet deze hond veel beweging worden gegund en moet hij veel buiten
zijn.
Wie eigenlijk niet veel tijd heeft om dagelijks met deze hond op pad te gaan
moet niet aan een Wetterhoun beginnen!
Aard
Rustige hond met een onafhankelijk (eigenzinnig) karakter, enigszins
gereserveerd voor vreemden.
Waaks en dus een ideale erfhond.
Toelichting op aard:
De Wetterhoun oogt wat grimmig. Dit wordt veroorzaakt
door de gelaatsuitdrukking, die door de stand van de ogen in de brede schedel
met de korte stevige snuit grimmig lijkt. Maar de Wetterhoun heeft een uitermate
zacht karakter, voor zijn vrienden ´”een schaap in een berenvel”, maar voor zijn
schaarse vijanden is het een krachtig bolwerk vol moed. De Wetterhoun is een
beetje éénkennig, hij is niet zomaar op slag vertrouwd met iedereen. De
Wetterhoun is oneindig geduldig met kinderen en is zeer betrouwbaar en
evenwichtig. Het onafhankelijk karakter vertaalt zich vooral in het graag alles
zelf bepalen, ofschoon hij best van zins is zijn baas van tijd tot tijd tegemoet
te komen. Gehoorzamen is vaak een punt! Oost-Indisch doof, na herhaaldelijk
stemverheffen maakt hij aanstalten om te luisteren. Niet arrogant, maar
zelfbewust. Een door en door lieve hond, die, als het nodig is, zeker durft aan
te vallen, maar hij is beslist niet agressief. De Wetterhoun is nog veel meer
dan de Stabij berekend op het buitenleven, zijn vacht is een uitgesproken
watervacht.
Hoofd
Een “droog” hoofd, dat in verhouding tot het lichaam fors en krachtig is. De
snuit en schedel zijn even lang. De schedel is licht gewelfd en geeft meer de
indruk van breed dan lang. De schedel gaat met een lichte ronding over in de
wangen, waarvan de spieren matig ontwikkeld zijn. De overgang van de schedel in
de snuit (stop) gaat geleidelijk en wordt slechts in geringe mate aangegeven. De
snuit is krachtig en wordt maar weinig smaller naar de neus toe (zonder enige
schijn van spitsheid en goed afgeknot). De neus is recht, dus van opzij gezien
geen bolle en ook geen holle lijn tonend. Neusrug breed, neus goed ontwikkeld
met goed geopende neusgaten. De lippen goed gesloten (niet overhangend), een
krachtig en scharend gebit.
Toelichting:
Het hoofd van de Wetterhoun is minder “droog” dan dat
van de Stabij. Dit komt door de stuggere huid van de Wetterhoun en door zijn korte stugge beharing op het hoofd.
Een droog hoofd wil zeggen dat de huid mooi aansluit zonder huidplooien. Opvallend is de
brede schedel maar het Wetterhounhoofd mag geen tekenen van grofheid tonen,
zoals bijvoorbeeld hanglippen. Een scharend gebit is een gebit waarbij de
bovenvoortanden over de ondervoortanden schuift bij een gesloten bek.
Ogen
De ogen zijn middelmatig groot, eirond, met goed aangesloten oogleden, zonder
bindvlies te laten zien. Zij liggen iets schuin in het hoofd, waardoor de wat
grimmige uitdrukking ontstaat. Zij puilen niet uit en liggen ook niet diep. De
kleur is donderbruin voor honden met een zwarte grondkleur en bruin voor honden
met een bruine grondkleur.
 |
Toelichting:
De ogen van een Wetterhoun staan iets scheef in het
hoofd. Dat maakt de blik van een Wetterhoun wat grimmig. Een te licht oog
misstaat de Wetterhoun, ofschoon een iets te licht oog in een Wetterhounhoofd
niet zo stoort als dat bij de Stabij doet.
|
Oren
De oren zijn vrij laag aangezet met een niet sterk ontwikkelde oorschelp, zodat
de oren goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd worden
gedragen. De oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van een troffel. De
beharing is een typische eigenschap van het ras. Zij is gekruld, bij de basis
van het oor vrij lang en neemt naar beneden in lengte geleidelijk af, terwijl
het onderste 1/3 deel met kort haar is bezet.
Toelichting op oren:
Hetzelfde oor als bij de Stabij, met dit verschil, dat
de oorschelp van de Wetterhoun toch wat stugger is dan die van de Stabij en een
gekrulde beharing heeft.
Neus
Zwart voor de honden met zwarte grondkleur en bruin voor honden met een bruine
grondkleur. Niet gespleten en de neusgaten zijn goed geopend. Neusspiegel goed
ontwikkeld.
Toelichting op neus:
Een goed ontwikkelde neus, met ruime neusgaten is van
belang voor een goede luchtdoorstroming en dat is hard nodig voor een hond met
een goed uithoudingsvermogen. Bovendien is de neus de ´radar´ van de jachthond.
Hals
De hals is kort, krachtig en rond in een zeer stompe hoek overgaand in de
ruglijn, zodat het hoofd doorgaans laag gedragen wordt. De hals is licht welvend
en geen keelhuid of wammen.
Borst
Van voren gezien breed, meer breedte dan diepte tonend en dientengevolge de
voorbenen vrij ver van elkaar staande, onderborst gerond en niet dieper reikend
dan tot de ellebogen.
Lichaam
Het lichaam is zeer krachtig. De ribben zijn goed gerond met goed ontwikkelde
achterribben. De rug is recht en kort met een weinig afvallend kruis. De
lendenen zijn krachtig en de buik is maar matig opgetrokken.
Toelichting:
Het lichaam van de Wetterhoun is kort en zeer
krachtig. Een ruime borstkas biedt voldoende plaats voor goed ontwikkelde
longen, hoewel hij op het land een minder goed atleet is dan de Stabij, maar in
het water zijn zij elkaars gelijken wat het uithoudingsvermogen betreft.
Staart
De staart is lang, matig hoog gedragen en tot een spiraal opgerold, gebogen over
het kruis, zodat de spiraal naast het kruis komt te hangen.
Toelichting:
De spiraalstaart, die als een sieraad van de hond
wordt beschouwd, is bezet met krullen.
Voorhand
De schouder is goed aangesloten aan het lichaam. Het schouderblad is schuin
geplaatst en goed gehoekt. Benedenarm krachtig, goed recht, voorvoeten recht,
niet doorgezakt. De voeten zijn rond, tenen goed ontwikkeld en gebogen met
krachtige voetzolen.
Achterhand
Krachtig, matige hoeking van darm- en dijbeen en van dijbeen en schenkelbeen.
Schenkelbeen niet te lang. Hiel dicht bij de grond geplaatst, achtermiddenvoet
is dus kort. Achtervoeten rond met goed ontwikkelde voetzolen.
Beharing
Behalve op het hoofd en de benen, overal bedekt met lichte krullen. Het zijn
vaste, stevige krullen van bundels haar. Enkelvoudige krullen of krullen van te
dunne haarbundels geven de hond een wollig aanzien en dat mag dus niet! Het haar
zelf is vrij grof en voelt iets vettig aan.
Toelichting:
Het is geen Poedel-krul, maar het heeft meer van
astrakan. Soms is het moeilijk die typische krul goed te fokken. Het komt dus
voor dat de krullen wat “uitgezakt” zijn. Het haar op zich is grover dan dat van
de Stabij. Het voelt wat vettig aan en als men zijn neus tussen de krullen
steekt, ruikt het als de buitenlucht van het Friese waterlandschap, na een
verfrissend buitje in de zomertijd!! Overigens een vacht die zeer snel opdroogt
na een zwembad.
Kleur
Eenkleurig zwart of bruin, als mede zwart/witte en bruin/witte aftekening,
waarbij het wit schimmel en/of spikkels mogen voorkomen.
Toelichting:
Bij geheel zwarte en geheel bruine honden is er
meestal sprake van een witte bef en/of witte sokken. De zwartbonte of bruinbonte
honden hebben praktisch egaal witte vlakken met zwarte of bruine platen of het
wit heeft een schimmelig aspect (we spreken dan van zwart- of bruinschimmel).
Grootte
De ideale maat voor reuen is 59 cm en voor teven is dit 55 cm.
Toelichting:
Er zijn voor de Wetterhoun geen maximum of minimum
hoogtes vastgesteld. We spreken van een ideale maat. Bij inventarisatie van de
afgelopen 7 jaar (ruim 200 Wetterhounen) was het gemiddelde bij de teven 55 cm
met een variatie van 48 tot 64 cm Bij de reuen was het gemiddelde 59 cm met een
variatie van 53 tot 67 cm.

Stabijhoun
Algeheel beeld
Een eenvoudige, krachtig gebouwde, langharige staande hond, meer gestrekt dan
hoog, die niet te fors en niet te fijn mag zijn. De huid moet goed gespannen
zijn en de hond mag geen keelhuid en hanglippen vertonen.
 |
Toelichting op algeheel beeld:
'Eenvoudig' wil zeggen: een ongekunstelde
verschijning, zonder anatomische tierelantijnen. De vacht is feitelijk
halflang. Een ´staande´ hond is een jachthond, die het wild opspoort en
het de jager aanwijst door er voor te blijven staan. De Stabij is een
uitgesproken stevige hond, niet te fors, lomp of log, maar zeker ook
niet te fijn. Droog wil zeggen dat de huid geen plooien vertoont, maar
goed aansluit om het lichaam.
|
Herkomst
De Stabij komt, evenals de Wetterhoun, uit Friesland,
vooral uit het Friese Woudengebied (het oosten en zuidoosten van Friesland). Het
ras bestaat waarschijnlijk al sinds 1800 en werd in 1942 door de Raad van Beheer
op Kynologisch Gebied erkend. De voorvaderen moeten waarschijnlijk gezocht
worden bij de spanjoel (of spaniel), die tijdens de Spaanse bezetting meegekomen
waren naar het noorden.
Het is een staande hond, die gebruikt werd voor de jacht op haar- en veerwild.
De Stabij was destijds een hond van ‘de kleine (eenvoudige) man’, die hem
terzijde stond bij de jacht, dienst deed als mollen- en bunzingvanger, optrad
als waakhond en soms ook als trekhond werd gebruikt.
Het is een veelzijdige hond die tegenwoordig als gezelschapshond wordt gehouden.
Buiten Nederland wint de Stabij aan populariteit in Denemarken en Zweden. Hier
wordt, in samenwerking met de rasvereniging, inmiddels op kleine schaal
gefokt. Ook in Amerika zijn tegenwoordig een aantal Stabij's te vinden.
De Stabij is ingedeeld in rasgroep 7 staande jachthonden.
Gebruik
Het is nog niet zo heel lang gelden dat de Stabij
uitsluitend leefde op het Friese platteland en zich op en rond de boerderij of
de arbeiderswoning "noflik" (behaaglijk) voelde. De omschakeling van het sobere,
kalme en rechtlijnige leven als boerenhond naar het stadse leven als
gezelschapsdier betekende een forse omschakeling.
Het uitstekende karakter maakt de
Stabij geschikt als huishond, maar dan wel een huishond die dagelijks veel
beweging nodig heeft! De Stabij is een goede gezinshond, die zich aan het
´stadsleven´ heeft weten aan te passen, maar van het buitenleven houdt en graag
met zijn/ haar baas in ´weer en wind´ de natuur in gaat. De Stabij is een prima
werkhond, die, mits goed opgeleid, ook voor de jacht prima geschikt is.
Ondanks zijn open en tamelijk onbevangen karakter kan een Stabij in een drukke
omgeving wat nerveus ogen. In huis is hij echter rustig en geduldig.
Aard
De Stabij is als huishond aanhankelijk, zacht en lief. De hond is schrander,
leerzaam en gehoorzaam. In huis of op het erf is de Stabij een rustige maar
waakse hond, niet vals noch bijterig.
Toelichting op aard:
In huis is de Stabij aanhankelijk, zacht en lief, maar
daarbuiten is hij bij tijd en wijle knap eigenzinnig en vinnig. Zijn karakter
maakt hem uitstekend geschikt als gezinshond, maar zijn gestel is berekend op
het buitenleven. Je doet hem tekort als hij niet uitgedaagd wordt. De Stabij is
open (heeft als het ware ´het hart op de tong´). Bij de Stabij merk je de
invloed van de omschakeling van boerenhond naar gezelschapshond op zijn
temperament duidelijker dan bij de Wetterhoun. De Stabij is zeker schrander en
leert gemakkelijk, maar is minder gehoorzaam dan de raspunten doen vermoeden.
Een duidelijke en consequente opvoeding van de Stabij is nodig, waarbij een
tikkeltje ´kort aan gebondenheid´ van de baas zeker van pas komt bij de vorming
van de Stabij. Eenkennig is de Stabij niet, hij is vriendelijk voor iedereen,
maar niet direct een allemansvriend. Hij is lief voor kinderen.
Hoofd
Het hoofd is ´droog´ en de grootte in verhouding tot het lichaam, vertoont meer
lengte dan breedte. Schedel en snuit zijn even lang. De schedel is licht
gewelfd, niet smal, doch vooral niet de indruk wekkend van breed te zijn en gaat
met een lichte ronding over in de wangen (wangspieren weinig ontwikkeld). De
overgang van de schedel in snuit, stop, geleidelijk en slechts matig aangegeven.
De snuit krachtig, geleidelijk iets smaller wordend naar de neus toe, zonder
spits toe te lopen. De neusrug is recht, dus van terzijde gezien niet een bol-,
noch een holliggende lijn tonend. De neusrug is breed en de neus is goed open.
De lippen goed gesloten, niet overhangend. Gebit krachtig en scharend.
Toelichting:
Onder ´droog´ wordt verstaan een goed sluitende huid
zonder plooien. Een schaargebit is een gebit, waarvan de bovensnijtanden voor de
onder-snijtanden schuiven bij gesloten bek.
Ogen
De ogen liggen waterpas, zijn middelmatig groot en rond met goed gesloten
oogleden, zonder het bindvlies te laten zien, noch uitpuilend, noch te diep
liggend. De kleur is donkerbruin voor honden met zwarte grondkleur en bruin voor
honden met bruine of oranje grondkleur, doch nimmer geel als van een roofvogel.
 |
Toelichting:
Beide ogen liggen op één lijn. |
Oren
De oren zijn vrij laag aangezet, oorschelp niet sterk ontwikkeld, zodat de oren
goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd gedragen worden. De
oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van een troffel. De beharing van
het oor is een typische eigenschap van het ras, zij is bij de basis van het oor
vrij lang, neemt naar beneden in lengte geleidelijk af, terwijl het onderste 1/3
deel van het oor met kort haar is bezet. De lange beharing moet recht zijn, iets
gegolfd mag.
Neus
Zwart voor honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met een bruine
of oranje grondkleur. Niet gespleten. Neusgaten goed geopend, neusspiegel goed
ontwikkeld.
Hals
De hals is kort en rond, in een zeer stompe hoek overgaand in de ruglijn, zodat
het hoofd doorgaans laag wordt gedragen. De hals is licht gewelfd, geen keelhuid
of wammen.
Borst
Van voren gezien is de borst vrij breed, meer breedte dan diepte tonend en
daarom staan de voorbenen vrij ver uit elkaar. De onderborst is niet puntig en
niet dieper reikend dan tot aan de ellebogen.
Toelichting:
De brede borst geeft stabiliteit bij graven en draven,
maar ook bij de jacht.
Lichaam
Het lichaam is krachtig gebouwd. De ribben zijn goed gerond, met goed
ontwikkelde achterribben. De rug is recht, vrij lang met een weinig afvallend
kruis. De lendenen zijn krachtig en de buik is matig opgetrokken.
Toelichting:
Het krachtige lichaam is berekend op arbeid en
daarvoor is uithoudingsvermogen nodig. De Stabij is langer dan hoog, de
rugspieren, maar vooral de lendenspieren moeten krachtig zijn. Als de rug- en
lendenspieren niet sterk genoeg zijn zal de hond niet langdurig kunnen draven,
iets wat nodig is voor het oorspronkelijke werk. Het bekken ligt vrij vlak,
waardoor de ruglijn recht is. Hierdoor komt de stuwkracht zodanig vanuit de
achterhand dat de langdurige en moeiteloze draf ontstaat die typisch bij de
Stabij hoort.
Staart
De staart is lang en reikt tot aan de hiel. Niet hoog ingeplant en wordt naar
beneden gedragen. Het onderste 1/3 deel gaat met een lichte buiging naar boven
gebogen (in actie gaat de staart omhoog). Rondom en tot aan het einde lang
behaard, zonder krullen of golven (geen bevedering, maar bossig).
Toelichting:
De Stabij draagt in rust de staart laag. In draf wordt
de staart in het verlengde van de rug gedragen. Tijdens zoeken naar apport (wild
of een bal) is de staart hoger en in beweging, waarbij de witte staartpluim de
locatievlag van de jachthond is. Een spiraalstaart is ongewenst.
Achterhand
De achterhand is krachtig met goede hoeking van darm- en dijbeen en van dijbeen
en schenkelbeen. Schenkelbeen mag niet te lang zijn. Hiel is dicht bij de grond
geplaatst, achtermiddenvoet dus kort. Achtervoeten rond met goed ontwikkelde
voetzolen.
Toelichting:
De achterhand stuwt de hond als het ware vooruit bij
het draven. Ook hier zijn dus sterke benen en spieren vereist. De korte voet
geeft stabiliteit, waar de Stabij profijt van heeft bij de draf en bij zijn
wendbaarheid op volle snelheid.
Beharing
De beharing is lang en sluik over de gehele romp. Hoogstens mag op het kruis een
enkele lichte golf voorkomen. Het hoofd is kort behaard. De beharing aan de
achterzijde van de voorbenen en aan de broek is goed ontwikkeld, meer bossige
beharing dan vederbeharing. Broek is lang behaard. Iets gekrulde beharing komt
soms voor, maar wijst op een kruising en daarom mogen de honden met een
dergelijke beharing niet als Stabij worden erkend.
Toelichting:
Zoals eerder opgemerkt is de vacht halflang.
Vederbeharing wil zeggen dat de beharing als een smalle strook is ingeplant. De
Stabij heeft een dichte, volle haarinplant aan de achterzijde van de voor- en
achterbenen. Op de staart dient de haarinplant rondom lang, dicht en vol te
zijn. Hoewel de voorkeur uitgaat naar een geheel sluike vacht, komt een iets
golvende beharing op de rug vaak voor.
Kleur en grootte
De kleuren zwart met witte aftekening, alsmede bruin met witte aftekening en
oranje met witte aftekening komen voor. In het wit mogen schimmel en/of spikkels
voorkomen. De ideale maat voor reuen is 53 cm en voor teven is de ideale maat 49
cm.
Toelichting:
Het merendeel van de Stabij's is zwartbont. Hierbij
zijn alle aftekeningen toegestaan, zolang de poten en buik (overwegend) wit
zijn. Ook een witte staartpunt is gewenst. Hoewel het geheel zwarte hoofd het
meest wordt gezien, is ook een bles toegestaan. Het lichaam kan zowel overwegend
zwart als overwegend wit zijn en alle variaties daartussen. Bij de bruinbonte
Stabij's zien we dezelfde kleurverdeling. Oranjebont is ook een erkende kleur,
die echter vrijwel nooit voorkomt. Een driekleur (zwartbont met bruine
aftekeningen aan poten en hoofd) is een niet-erkende kleur. Hoewel deze honden
meestal wel een stamboom krijgen (met de vermelding “niet-erkende kleur”), mag
er niet mee gefokt worden.

|