Start
Over ons
Hoe het begon
Onze honden
Gefokte nestjes
Rasstandaard
Verzorging
Jachttraining
Clubmatches
Foto's
Links
Gastenboek

Kynologische Kennis

De cursus Kynologische Kennis bestaat uit twee delen: KK1 en KK2 en wordt gegeven door Kynologenclubs.
Het examen wordt afgenomen door de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland. Het KK1 examen is schriftelijk en het KK2 examen is mondeling. Je dient eerst het diploma KK1 te hebben alvorens je verder mag met KK2. Als je ook het KK2 diploma hebt mag je meedoen aan de opleiding E&B (exterieur en beweging) Deze opleiding bestaat uit zes dagen waarin je alles leert over de beweging van de hond en het uiterlijk. Er wordt in de opleiding niet gekeken naar rasspecifieke zaken maar alleen naar de hond in het algemeen en zijn bouw en functioneren. Het examen bestaat uit een praktijk gedeelte waarin je twee honden moet keuren en een theorie gedeelte waarin onder meer vragen gesteld worden over de gekeurde honden. De honden die ik moest keuren waren een Old English Sheepdog (bobtail) en een IJslandse hond.
Met dit diploma op zak mag je verder met de rasexamens die door de rasvereniging aangevraagd worden. Als je ook daar voor slaagt ben je raskeurmeester en mag je het betreffende ras keuren op de hondententoonstellingen.

Het KK1 diploma

Voor het KK1 diploma moet je beschikken over de volgende kennis:

Hoofdvakken:

õ Reglementen
        De structuur en werkwijze van de georganiseerde kynologie, opzet van de stamboekhouding, gang van zaken
        tijdens exposities, algemene bepalingen betreffende overige hondensporten en wedstrijden en relevante
        bepalingen van het tuchtrecht.
õ Rassenkennis
        Het aan de hand van afbeeldingen herkennen van regelmatig op Nederlandse tentoonstellingen uitgebrachte
        honden, het kunnen plaatsen van deze honden in hun betreffende rasgroep, het land van oorsprong,
        enige kennis omtrent het gebruiksdoel, werk en karaktereigenschappen en aanverwante rassen binnen
        de rasgroep.
õ Voedingsleer
        De verschillende nutriënten in de hondenvoeding en hun belang daarin.
        Begrippen als energie, stikstofbalans, biologische waarde van eiwitten, aminozuren, voedingswaarde
        van eiwitten, vetten en koolhydraten.
        De gevolgen van tekorten / overdoseringen van de verschillende nutriënten.
        De anatomie van het gebit en het spijsverteringskanaal en kennis van de wijze van vertering van de
        verschillende nutriënten.
        De verschillende voedingsmiddelen en de wijze van aanbieding.
        De verschillende vormen van commerciële hondenvoeders en de voor- en nadelen daarvan.
        Afwijkende voedingen, drachtige - zogende teef, pups en opgroeiende honden.
õ Voortplanting
        De anatomie van de mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen.
        De voortplantingscyclus bij de teef; de duur van de verschillende periodes en kennis van de uitwendige
        verschijnselen en gedrag, die hiermee gepaard gaan.
        Het normale gebeuren bij de dekking en tijdens de dracht.
        Het normale verloop van de geboorte en het herkennen van afwijkingen hiervan.
        Mogelijke hulp bij de geboorte en bij pasgeboren pups.
        Het belang van het colostrum.
õ Gedragsleer
        De verschillende periodes in de groei van de pup.
        Het belang hiervan en hoe hier mee om te gaan.
        De basisprincipes van het normale gedrag en afwijkingen hiervan.
õ Erfelijkheidsleer
        De basisprincipes van de erfelijkheidsleer zoals de wetten van Mendel, verschil genotype / fenotype,
        homozygoot / heterozygoot, dominantie / recessiviteit, incomplete dominantie, mutaties,
        geslachtsgebonden overerving.

Bijvakken:

õ Terminologie
        De in de kynologie gebruikte termen en woorden.
õ Gezondheidsleer
        Het voorkomen en bestrijden van de meest voorkomende in- en uitwendige parasieten.
        Een aantal infectieziekten en hun preventie.
        Het herkennen van een ziek dier.
        Het herkennen van uitwendig waarneembare anatomische afwijkingen zoals afwijkende gebitstanden,
        entropion, ectropion, enz.
 
õ Verzorging en huisvesting
        De verzorging van de verschillende vachtstructuren, gebit, nagels, oren en ogen.
        De huisvestingsnormen zoals vervat in het Honden- en Kattenbesluit.

Het KK2 diploma

Voor het KK2 diploma moet je beschikken over de volgende kennis:

Hoofdvakken:

õ Cytologie
        De algemene opbouw van cellen.
        De bouw en functie van de verschillende weefsels.
        De werking en het belang van DNA en RNA.
        De verschillende vormen van celdelingen.
õ Anatomie
        De bouw van het hondenskelet en benoeming van de onderdelen.
        De gevolgen van deze constructie voor de beweging.
        De opbouw van de verschillende gewrichtstypen en hun gevolgen voor de beweging.
        De verschillen in bouw en functie van de verschillende spiertypen.
        De loop van de belangrijkste spiergroepen van voor-, achter- en middenhand, hun functie bij beweging
        en instandhouding van de skeletconstructie.
õ Fysiologie
        De taken van het ademhalingsstelsel, anatomie en fysiologie van de luchtwegen en het longweefsel.
        Het bloed en bloedvatenstelsel, van de lymphe en het lymphevatenstelsel, taken van het bloed,
        samenstelling van het bloed, bloedcellen, bouw en functie van hart en bloedvaten, bouw en functie
        van de milt en de lympheklieren.
        De anatomie en fysiologie van de belangrijkste uitscheidingsorganen, nieren, lever en overige organen,
        die aan de uitscheiding bijdragen: longen, speekselklieren, darmwand, zweetklieren.
        Overige functies van de lever.
        De bouw en taken van de huid en vacht.
        De bouw en taken van het zenuwstelsel, raakpunten met het hormoonstelsel.
        De anatomie en fysiologie van de zintuigen, oog, oor, evenwichtsorgaan, reuk-, smaak- en tastzintuigen.
        De anatomie en fysiologie van het hormoonstelsel.
        Inzicht in de relatie tot en het belang bij het totale fysiologische gebeuren.
        De fysiologie van de voortplanting, invloed van de hormonen op de vrouwelijke cyclus, dracht en geboorte.
õ Erfelijkheidsleer
        Interacties van genen, die geen allelen zijn; begrippen als complementaire genen, epystasie, hypostasie,
        cryptomerie.
        Begrippen als koppeling en crossing-over, multiple allelen.
        De overerving van haarkleuren bij de hond.
        In de invloed van milieu op fenotype.
        De beginselen van de populatiegenetica; begrippen als variabiliteit, kwantitatieve en kwalitatieve
        eigenschappen polygene overerving, erfelijkheidsgraad, genfrequentie.
        Inteelt, lijnteelt, outcross, heterosis.
        Natuurlijke en kunstmatige selectie en hun invloed op het voorkomen van erfelijke gebreken.

Bijvakken:

õ Bewegingsleer
        Verschillende wijzen van voortbeweging.
        De ligging en verplaatsing van het zwaartepunt; hoe wordt dit opgevangen bij verschillende gangen.
õ Embryologie
        Enig begrip van de vroeg embryonale ontwikkeling van de foetus.
õ Reglementen
        Reglementering omtrent het ambt van keurmeester en omtrent de gang van zaken op de verschillende
        exposities.

Mijn cijferlijsten:

KK1:                                                                                                                     KK2:

Structuur 6 Cytologie
Rassenkennis 8 Anatomie 7
Voedingsleer 10 Fysiologie 7
Voortplanting 8 Genetica  8
Gedragsleer 6 Bewegingsleer 7
Erfelijkheid 8 Embryologie 9
Terminologie 8 Reglementen 7
Gezondheidsleer 6    
Verzorging 9    

Het E&B diploma

Het E&B diploma:

De cursus bestaat uit een theorie en een praktijkgedeelte. De theorie behandelt de bio-dynamica van de hond, zowel in stand als in gangen. Er wordt dieper ingegaan op de bewegingsleer, waarvan de basis in de cursus Kynologische Kennis 2 is gegeven.
Je wordt getraind om te beoordelen hoe het gangwerk van een hond eruit  ziet. Het gaat hier niet om de beoordeling van een bepaalde rashond, maar van de hond in het algemeen, zoals deze conform de standaardregels eruit zou moeten zien. De theorie wordt in de praktijk toegepast. Aan de cursisten wordt iedere les gevraagd om een hond mee te nemen, die tijdens de praktijkles besproken wordt. De cursisten leren op deze wijze het gangwerk van de hond te beoordelen maar ook te motiveren waarom de hond een bepaald gangwerk vertoont.

 Mijn cijferlijst:

Praktijk 6 Theorie 6

 

 

                                                                                     
                                                                                              
                                                                                         
                                    
                                                                                 
       
 


 

Start Over ons Hoe het begon Onze honden Gefokte nestjes Rasstandaard Verzorging Jachttraining Clubmatches Foto's Links Gastenboek

Zonder toestemming van de webmaster is het niet toegestaan teksten en/of foto's van deze website te gebruiken. Bij problemen met of vragen over deze website kunt u contact opnemen met Brigitte.
Laatst bijgewerkt: 15 januari 2012